
![]() |
| Als we de buitenwereld naar binnen halen, volgen soms rare discussies |
‘ALS GEMEENTE
MOET JE
VOORTDUREND
MEEVERANDEREN’
Sander Gerritsen is al zes jaar gemeentesecretaris van Arnhem, een gemeente met tweeduizend medewerkers. Arnhem is succesvol bezig hardnekkige problemen programmatisch aan te pakken. ‘Onze nieuwe coalities hadden we in de klassieke dienstenindeling niet kunnen smeden.’
Wat is jouw persoonlijke motivatie om de dienstverlening te verbeteren?
Niet omdat ik dienstverlening nu opeens als een item zie. Ook niet omdat ik het leuk vind om sec de dienstverlening te verbeteren. Of dat ik organisatieverandering nu een interessant studieobject vind. Nee. We moeten voortdurend de dienstverlening verbeteren om aansluiting te houden met de burgers. En die veranderen enorm. Als gemeente moet je voortdurend meeveranderen.
Wat doet jouw gemeente op dit moment om de dienstverlening te verbeteren?
De belangrijkste ontwikkeling in Arnhem vind ik de programmatische aanpak. We pakken grote problemen aan in een programma, dwars door alle diensten heen. Programmaonderwerpen zijn onder meer langdurige werkloosheid en de kwaliteit van onze woningvoorraad. Programmamanagers zijn verantwoordelijk voor de (deel)programma’s.
Daarnaast hebben we onlangs een klantcontactcentrum ingericht. Dat leidt tot betere antwoorden op vragen van burgers en instellingen. Het laat ons ook zien hoe we de diensten kunnen ontkokeren en integraal kunnen werken. Ook de verhuizing van de frontoffice in het stadhuis en de backoffice, medewerkers van alle diensten, naar het stadskantoor draagt bij aan beter programmatisch werken. De nieuwe indeling en inrichting, onder andere met flexplekken, zorgt bijna op speelse wijze voor nieuwe coalities die we in de klassieke dienstenindeling niet hadden kunnen smeden.
Welk succes heeft Arnhem recent geboekt?
Het steeds beter functioneren van het klantcontactcentrum. De goede en langdurige voorbereiding heeft haar vruchten afgeworpen. De dienstverlening van Arnhem was een paar jaar geleden niet echt om over naar huis te schrijven. Dat is nu zienderogen verbeterd. Verder beschouw ik de buitenwereld die we binnen laten als een succes. Tijdens bijvoorbeeld lunches laten we een directeur van een woningcorporatie of welzijnsinstelling vertellen waar ze bij ons tegenaan lopen. Dan volgen er soms rare discussies van twee totaal verschillende werelden. Dit is dan vaak het begin van een opening én verandering. Verder vragen we ook mensen van buiten een programmaonderdeel te helpen sturen. Heel verfrissend.
Stelling
De moderne ambtenaar verschilt van de huidige ambtenaar.
Elk kwartaal maak ik kennis met nieuwe medewerkers. Steeds meer mensen van verschillende afkomst. Uit verschillende werkvelden, ook uit het bedrijfsleven. Ze zijn ook vaak jong. Onder de dertig. Dat brengt nieuw elan met zich mee.
De nieuwe ambtenaar handelt vaak vanuit logisch denken. Dan hoor ik wel eens een ‘oudere’ collega vragen: ‘Heb je wel een paraaf gehaald? Of heb je toestemming?’ Met talentenklasjes en bijeenkomsten proberen we de frisse blik van deze nieuwe mensen te behouden. Die nieuwe energie botst wel eens met de oude garde. Maar ik zie ook dat vastgeroeste patronen wat losweken, dat er nieuwe manieren van samenwerken ontstaan en ook dat de nieuwe ambtenaar niet automatisch met de oude vertrouwde gesprekspartners aan tafel gaat, maar ook echt de wijken in trekt, de problemen in onze krachtwijken in en onder ogen wil zien. De moderne ambtenaar zet de luiken open, zoekt de buitenwereld op, durft hiermee de confrontatie aan te gaan en nieuwe coalities te sluiten